Vragen en antwoorden

Houd ik het recht op zorg in de Wmo?
Nee. De cliënt heeft in de WMO officieel geen recht op zorg. De gemeente heeft wel een compensatieplicht. De gemeenten moeten hun burgers compenseren als ze zonder hulp niet kunnen participeren in de maatschappij. Gemeenten zijn vrij in de wijze waarop zij deze compensatie vormgeven. Het is goed mogelijk dat er meer nadruk wordt gelegd op het bieden van ondersteuning door informele aanbieders (vrijwilligers/mantelzorgers etc.). Er wordt ook gesproken van decentralisatie en niet van overheveling, omdat gemeenten qua vorm en inhoud beleidsvrijheid hebben.

Wat verandert er voor mij door de decentralisatie?
Door de decentralisatie gaat er in het proces van hulpverlening het een en ander veranderen. Wat er precies gaat veranderen, is op dit moment nog niet geheel duidelijk. Dat is namelijk afhankelijk van de keuzes die gemeenten de komende maanden hierin gaan maken. Het is in ieder geval niet vanzelf-sprekend dat een cliënt dezelfde begeleiding houdt. Het is dus denkbaar dat er ook in de inhoud van de ondersteuning op termijn iets gaat wijzigen. Ipse de Bruggen onderhoudt intensieve contacten met de gemeenten waarin haar cliënten woonachtig zijn. We proberen de gemeente te helpen door ze te voorzien van kennis over de zorg en de cliënten zodat de nieuwe situatie voor cliënten niet tot verlies van kwaliteit leidt. We proberen ‘dicht bij het vuur’ te blijven om zo de keuzes positief te beïnvloeden.

Kan ik mijn ondersteuning blijven afnemen bij Ipse de Bruggen?
Dat is op dit moment nog niet zeker, maar Ipse de Bruggen probeert hierover wel afspraken met gemeenten te maken. De gemeente gaat de ondersteuning opnieuw aanbesteden en zelf inkopen. Het is dus niet gezegd dat bijvoorbeeld dagbesteding, begeleid zelfstandig wonen en kortdurend verblijf onder dezelfde voorwaarden bij dezelfde organisatie blijven. Ipse de Bruggen probeert de gedachtelijn van de gemeenten goed te begrijpen, hier vanuit de kwaliteiten van Ipse de Bruggen actief in mee te denken en daarbij ook goed zichtbaar te zijn voor de gemeente. Ipse de Bruggen gaat in gesprek met de gemeente, enerzijds om informatie ‘te halen’, anderzijds om informatie ‘te brengen’.  We nodigen medewerkers van de gemeente bijvoorbeeld uit op onze locaties om hen meer gevoel te geven bij de ondersteuning en de cliënten die dit nodig hebben. We voelen ons verantwoordelijk voor onze cliënten en pakken het relatiebeheer daarom serieus aan.

Verandert de ondersteuning die ik straks krijg (van Ipse de Bruggen)?
Dat is op dit moment nog niet bekend maar het is niet ondenkbaar dat ook op dat gebied iets gaat veranderen. Het kan zijn dat u een andere hulpverlener krijgt, of dat u in plaats van individuele begeleiding nu begeleiding in een groep gaat krijgen. Er wordt bij gemeenten anders gedacht dan in de zorg. Cliënten worden vooral als burger benaderd. De gemeente gaat met u ‘aan de keukentafel’ overleggen wat u wilt en welke oplossingen er mogelijk zijn. Daarbij wordt gekeken naar uw eigen mogelijkheden, naar wat mensen om u heen voor u kunnen betekenen, of er vrijwilligers zijn. Verder kunnen cliënten minder aanspraak doen op gespecialiseerde voorzieningen. Voor Ipse de Bruggen is de vorm ondergeschikt aan het resultaat voor de cliënt. We staan open voor nieuwe manieren om de ondersteuning voor cliënten te organiseren en zijn bereid hier met de gemeenten over na te denken, maar houden daarbij wel steeds de belangen van de cliënt voor ogen.

Mijn indicatie verloopt in 2013 of 2014, val ik dan onder verantwoordelijkheid van de gemeente?
Nee, de kabinetsplannen voor decentralisatie van begeleiding gaan pas in per 1 januari 2015.
 
Mijn indicatie verloopt pas in 2015, blijf ik dan tot die tijd onder de AWBZ vallen?
Nee, dat is niet het geval. Ook wanneer de indicatie langer geldig is, vervalt die per 1 januari 2015 automatisch. Enige uitzondering zijn cliënten die extramurale begeleiding ontvangen terwijl zij een verblijfsindicatie (ZZP 4 t/m 8 VG en eventueel ZZP 3 VG, afhankelijk van de persoonlijke situatie) hebben, deze blijven onder de AWBZ vallen, ook na 1 januari 2015.

Ik heb nu een pgb, wat gebeurt hiermee?
Dat is afhankelijk van het gemeentelijke beleid inzake het persoonsgebonden budget (pgb). In het voorstel tot wijziging van de Wmo is het verplichte pgb vervangen door de zogeheten 'kan-bepaling'. De staatssecretaris bekijkt nog of gemeenten zelf mogen besluiten of,  en zo ja onder welke voorwaarden en voor welke doelgroep, zij het pgb willen handhaven. Gemeenten zullen dus pgb-beleid moeten ontwikkelen. De 'kan-bepaling' gaat gepaard met een korting op het budget voor begeleiding dat naar de gemeenten gaat. Het Rijk gaat er namelijk van uit dat een derde van de huidige pgb-houders voor extramurale begeleiding geen beroep op zorg in natura zal doen als het recht op een pgb wordt beperkt. In een Keuzenota geeft de gemeente oa. aan hoe zij om zullen gaan met het persoonsgebonden budget.

Hoe gaat het straks met de Eigen Bijdrage?
Dat is afhankelijk van het gemeentelijke beleid inzake de Eigen Bijdrage. Gemeenten zijn in de Wmo niet verplicht een eigen bijdrage aan cliënten te vragen. Gemeenten kunnen een lagere eigen bijdrage aan cliënten vragen of de eigen bijdrage op nul zetten. Ook mogen gemeenten het in rekening te brengen uurtarief voor ondersteuning bij de berekening van de eigen bijdrage verlagen. Het is mogelijk dat gemeenten voor bepaalde doelgroepen kiest voor een eigen bijdrage in natura, bijvoorbeeld omdat de financiële positie van de cliënt de betaling van eigen bijdrage niet toelaat. In een keuzenota geeft de gemeente o.a. aan hoe zij om zullen gaan met de eigen bijdrage.

Ik wil een herindicatie aanvragen omdat mijn zorgvraag is veranderd. Wat zijn daarvan de gevolgen voor mij?
U kunt altijd een nieuwe indicatie (herindicatie) aanvragen.
Als u bij herindicatie een ZZP indicatie krijgt, hoeft dit geen gevolgen te hebben voor de afspraken rond de daadwerkelijke zorginzet. U kunt gebruik blijven maken van de dagbesteding (overbruggingszorg). U blijft binnen de AWBZ en een overgang naar de WMO is voor u (vooralsnog) niet aan de orde.
Bij een herindicatie gelden de huidige beleidsregels van het CIZ. Deze beleidsregels zijn (o.a. voor de functie begeleiding) de afgelopen jaren aangescherpt. Ook kunnen uw de beperkingen zijn gewijzigd (verbeterd of verergerd). U loopt dus het risico dat de indicatie verandert. Voor cliënten met een bestaande PGB indicatie geldt extra alertheid omdat de regelgeving gewijzigd is (zie hieronder).

Ik heb een verblijfsindicatie (1)  en krijg extramurale begeleiding, val ik onder de AWBZ of de Wmo?
Onder de AWBZ. Alleen de extramurale begeleiding voor mensen met een extramurale indicatie (2) wordt gedecentraliseerd naar gemeenten. Voor mensen met een indicatie voor AWBZ- verblijf (die wordt ge-geven in de vorm van een zorgzwaartepakket) blijft de begeleiding de verantwoordelijkheid van de AWBZ, ongeacht of ze in een intramurale instelling of thuis wonen. Dat geldt ook voor woon initiatieven. Ook kunnen deze mensen met een verblijfsindicatie nog steeds een persoonsgebonden budget krijgen en die omvat ook de begeleiding (als begeleiding onderdeel uitmaakt van het betreffende ZZP).

(1) Met ingang van 1 januari 2015 is een verblijfsindicatie van toepassing als u een ZZP 4 t/m 8 VG heeft, een ZZP 1 t/m 5 LVG, een ZZP 1 SGLVG en in bepaalde gevallen een ZZP 3 VG.
(2) Mensen die na 1 januari 2013 een ZZP VG 1 of 2 krijgen en een aantal van de mensen die na 1 januari 2015 een ZZP 3 VG krijgen hebben geen recht op verblijf en moeten voor hun ondersteuning of zorg een beroep doen op de gemeente (Wmo) of de zorgverzekeraar.

Ik heb nu ook vervoer naar mijn dagbesteding, blijf ik dat houden?
Dat is niet per definitie zo. Ook vervoer naar dagbesteding gaat over naar de verantwoordelijkheid van de gemeente. Zij kunnen besluiten dit anders te gaan organiseren. Gemeenten zijn hier ideeën over aan het vormen die de komende maanden meer vorm in inhoud zullen krijgen. We volgen deze ontwikkelingen actief.

Ik woon in gemeente X, maar de dagbesteding is in gemeente Y. Hoe gaat dat?
De gemeente moet de burgers uit haar gemeente compenseren. Dus dat betekent dat de gemeente waarin de cliënt woonachtig is, leidend is voor de nieuwe situatie voor die cliënt. Die gemeente kan ervoor kiezen om de dagbesteding alleen binnen de eigen gemeente uit te voeren. Het is ook goed denkbaar dat de gemeente niet zelf in alle behoeften kan voorzien en de ondersteuning in andere (buur)gemeenten gaat zoeken en organiseren. Ook hierover gaat de gemeente de komende maanden keuzes maken. Ipse de Bruggen doet middels goede communicatie van en naar gemeenten haar uiterste best om deze keuzes te beïnvloeden zodat er voor de cliënt geen onnodige/ongewenste locatieveranderingen plaatsvinden.

Staat uw vraag hier niet bij? Bel dan Klantencontact: (0800) 99 88 777.

Meer contact informatie

Zoek hier in 366 locaties

Ipse de Bruggen heeft drie landgoederen en ruim 350 kleinere zorglocaties verspreid over Zuid-Holland. U vindt ze met behulp van de locatiezoeker.