Veranderingen in de uitvoering van de Wet zorg en dwang
Sinds 1 januari 2024 gelden nieuwe afspraken voor het stappenplan dat zorgaanbieders volgen bij onvrijwillige zorg. Deze afspraken staan in de Bestuurlijke Afspraken Wet zorg en dwang (Wzd). Ipse de Bruggen volgt deze afspraken.
De afspraken zijn een eerste stap in het vereenvoudigen van de Wzd en het stappenplan. En daarmee in het verminderen van de administratielast voor medewerkers. Dat is hard nodig. Ook Ipse de Bruggen maakt zich zorgen over de regeldruk in de zorg. Met de nieuwe afspraken wordt een begin gemaakt om de regelgeving te verbeteren. Zie voor een nadere toelichting ook de brief van de VGN die verstuurd is naar het ministerie van VWS. Deze wordt ondersteund door Ipse de Bruggen.
Wat is er veranderd?
De Bestuurlijke Afspraken Wzd maken het mogelijk om meer maatwerk toe te passen. Zo bepalen we, in overleg met de cliënt of diens vertegenwoordiger, op welke termijn we de onvrijwillige zorg evalueren (nooit langer dan zes maanden). En welke deskundige we volgens de bestuurlijke afspraken daarbij betrekken. Daarnaast zijn afspraken gemaakt die de rechtspositie van cliënten versterken. Zoals het beter betrekken van cliënten of vertegenwoordigers bij de besluitvorming over onvrijwillige zorg. Hierbij hoort ook het informeren van cliënten over de cliëntenvertrouwenspersoon (CVP) Wzd en de mogelijkheid om een ‘second opinion’ aan te vragen.
Terug naar de bedoeling van de wet
Uitgangspunt voor Ipse de Bruggen is dat de cliënten zoveel mogelijk vrijheid houden om zelf hun leven in te richten. In de praktijk blijkt echter dat de uitvoering naar de letter van de wet knelt. We hopen dat de toekomstige wetswijziging hier fundamentele veranderingen in brengt. Zodat medewerkers op basis van vertrouwen en professionele richtlijnen de ruimte krijgen om professionele afwegingen te maken. Uiteraard in dialoog met cliënten en vertegenwoordigers.